Willemien Spook blikt terug op 4-jarig stadsdichterschap

okt 13 • cover • 102 Views • Geen reacties op Willemien Spook blikt terug op 4-jarig stadsdichterschap

De vierde stadsdichter op rij, Willemien Spook, geeft het stokje door aan een nieuwe dichter. Vier jaar lang heeft Willemien ruim 100 gedichten geschreven met Haarlem als inspiratiebron. Ook in onze stadsglossy werden gedichten van Willemien gepubliceerd. HRLM zocht haar op in haar atelier.

In het kleine, maar fijne atelier zie je dat Willemien meer is dan alleen een dichter. De sieraden en andere kunstwerken die er op tafels liggen verraden dat direct. Willemien: “Ik ben altijd een maker geweest, een soort knutselaar. Iemand die lekker in zijn eentje, onafhankelijk en scheppend bezig wil zijn.”

Hoe kijk je terug op je stadsdichtersperiode?

“Het was ontzettend fijn en mooi, maar ik ben ook blij dat het over is. Je werkt toch constant onder druk, want je schrijft vaak in opdracht. En de opdrachten stroomden bij me binnen. Dat werd soms wel wat veel. Nu heb ik weer tijd om me te richten op nieuwe dingen en oude zaken op te pakken. Zo ben ik samen met een groep enthousiaste Haarlemmers al een aantal jaren bezig met een boek over de Grote Houtstraat. Daar heb ik nu weer lekker de tijd voor!”

Moest je in het begin wennen aan je rol als stadsdichter?

“Ik schrok wel toen ik het werd… Ik had de ambitie om het te zijn, maar ik had nooit nagedacht over wat het precies inhield. In het begin kwam er ook veel op me af. Ik kreeg direct veel aanvragen binnen voor gedichten en voordrachten. Doordat ik nog niet precies wist hoe het zou uitpakken, heb ik veel te veel aangenomen. Later ben ik daar kieskeuriger in geworden. Je kunt natuurlijk niet overal komen opdraven.”

Was het niet heel erg moeilijk om in opdracht te schrijven?

“Ik krijg eerder inspiratie van een onderwerp dat me goed ligt, maar soms is het ook lekker om in een voor mij onbekend onderwerp te duiken. Zo heb ik eens een gedicht mogen schrijven over de Dag van het Water. Voor zo’n opdracht hoor je dan voor het eerst over een bergbezinkbassin, een randvoorziening in een rioolstelsel. Een heerlijk woord natuurlijk, dat haast smeekt om een gedicht.”

Wat voor soort dichter ben je?

“Ik ben er echt eentje die graag in alle stilte en rust schrijft. Ik kan soms wekenlang bezig zijn met een gedicht om het zo goed mogelijk te maken. Wat ik tijdens mijn stadsdichterschap echt heb moeten leren is het voordragen. Ik ben geen performer, sta niet graag op het podium.

Waarom niet?

“Ik heb gemerkt dat mensen soms bij mij een entertainer verwachtten en dat ben ik niet. Dat maakte me in het begin wel onzeker, maar ik heb geleerd dicht bij mezelf te blijven. Je kunt het nooit goed doen voor iedereen, want iedereen heeft er wel een mening over.”

Foto: Linda Llambias
Wat was je mooiste moment als stadsdichter?

“Even denken… er waren veel momenten. Bij het 4 mei Herdenkingsconcert heb ik een gedicht voorgedragen dat ik al voor mijn stadsdichterschap had geschreven. Over Ad Hogendoorn, een man uit de Hagestraat. Hij is een vriend van mij geworden en vertelde mij de oorlogsgeschiedenis van zijn familie. De vader van Ad had een drukkerij op de Burgwal en daar werden tijdens de Tweede Wereldoorlog illegale blaadjes gedrukt. Op een dag liep het fout; Ad en zijn vader werden gearresteerd. Zijn vader werd snel daarop gefusilleerd. Ad heeft daar zijn hele leven mee geworsteld. Hoe had hij niet kunnen zien dat hij foute mensen naar binnen had gelaten? Mijn gedicht gaat daarover.”

Valt er nog een bepaalde rode draad te ontdekken in je werk?

“Niet echt, ik schrijf over van alles en nog wat. En de stijl varieert ook. Het is altijd mijn doel om toegankelijk te dichten. Ik probeer het altijd in gewone mensentaal op te schrijven, dus geen ingewikkelde zinsconstructies of wendingen. Ontoegankelijke gedichten ergeren mij, daar ben ik te ongeduldig voor. Ik wil meteen kunnen voelen wat ik lees. Het moet snel te snappen zijn.”

Heb je vaak reacties op je gedichten gehad?

“Jazeker, ik krijg regelmatig mailtjes. Mensen weten me goed te vinden via mijn website. Dan vragen ze meestal om een gedicht dat ze ergens hebben gelezen of hebben gehoord. Vaak vragen ze me om mijn toestemming om mijn gedicht voor te dragen. Op een verjaardag of begrafenis. Ik vind het altijd leuk als er nog iets met mijn gedicht gebeurt. Onlangs heeft iemand drie gedichten van mij op muziek gezet, heel bijzonder. En er zijn ook een paar gedichten vertaald in het Welsh, totaal onuitspreekbaar!”

Heb je nog tips voor de nieuwe stadsdichter?

“Blijf dichtbij jezelf en probeer niet te veel je onderwerp te pleasen. Je moet het onderwerp breed bekijken en je niet direct vastpinnen aan één soort gedicht. Als je bijvoorbeeld in opdracht een gedicht moet schrijven, probeer jezelf dan niet te veel te verliezen in de wensen van de opdrachtgever. Een gedicht is sowieso altijd persoonlijk, dus wat jij ervan vindt mag je er best in verwerken. Tenslotte kun je het nooit voor iedereen goed doen, dat heb ik ook geleerd.” 

Hoe kunnen wij nog nagenieten van jouw stadsgedichten? 

“Mijn stadsdichtersbundel komt uit! Momenteel ben ik samen met een heel goede redactrice in de afrondende fase. We maken een selectie van zo’n 25 gedichten. Als de nieuwe stadsdichter officieel bekend wordt gemaakt, wordt ook mijn bundel gepresenteerd. Een mooie afsluiting en een nieuw begin tegelijk!”

Tekst: Joost Dobbe

Related Posts

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

« »