Stadsarcheoloog van Haarlem aan het woord

dec 7 • cover • 504 Views • Geen reacties op Stadsarcheoloog van Haarlem aan het woord

Sinds 1981 heeft Haarlem al een Stadsarcheoloog en in 2008 werd Anja van Zalinge de tweede op rij. Niet zo gek, want ze is een geboren en getogen Haarlemmer en een afgestudeerd archeoloog met veel ervaring. HRLM sprak met Anja in haar prachtige kantoor in de Bakenesserkerk. 

Anja heet me van harte welkom in de Bakenesserkerk, het prachtige hoofdkwartier van het Haarlemse archeologieteam. Het is een enthousiaste dame die houdt van haar vak en direct gepassioneerd begint te vertellen: “Archeologen zijn vakidioten en kunnen er eindeloos over vertellen. Stop er een muntje in en het praat maar door… Wij zijn continu op zoek naar verhalen en vertellen die dus graag door.” Onder het genot van een kop koffie steken we van wal…

Kun je me uitleggen wat jouw werk inhoudt?

Anja: “De gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor een goede zorg voor haar eigen erfgoed, zo ook haar archeologisch erfgoed. Als Stadsarcheoloog ben ik dan ook in dienst van de gemeente. Onder mij werkt een team van archeologische specialisten, op dit moment zes man en vrouw sterk. Allemaal vanuit deze mooie kerk.

Als iemand iets in Haarlem wil bouwen, heeft hij een vergunning nodig, zoals een bouwvergunning of een sloopvergunning. Die plannen worden altijd eerst getoetst bij de gemeente. Als die plannen worden goedgekeurd en de vergunning wordt opgesteld, kunnen daar allerlei voorwaarden in staan, ook voor archeologisch onderzoek. 

Als dat moet gebeuren, wordt het opgraven door een extern archeologisch bedrijf gedaan. Wij bepalen echter hoe de opgraafwerkzaamheden uitgevoerd moeten worden en houden toezicht op de werkzaamheden. Op deze manier is er voor alle partijen duidelijk wat er gaat gebeuren en komen de sporen en vondsten netjes uit de grond. 

Vervolgens letten wij ook goed op de uitwerking van het archeologisch onderzoek, zodat datgene wat in de grond gevonden is, zijn verhaal kan vertellen. Dat verhaal moet goed worden vastgelegd voor de wetenschap. Maar belangrijker nog: wij vertellen het door aan de inwoners en bezoekers van de stad. Archeologen zijn altijd op zoek naar verhalen.”

En jullie zijn dus bezig om die verhalen zo goed mogelijk uit de grond te krijgen…

“Precies! Daarom komt er bij een archeologische klus best veel druk kijken: je kunt het maar één keer goed doen. Als ik het opgraaf, kan iemand anders het niet nog een keer doen. Weg is weg. Daarom worden archeologische projecten niet afgeraffeld. Archeologen moeten hun werk zo netjes en objectief mogelijk doen, zodat ook latere generatie nog precies kunnen nagaan wat het verhaal is. Ons werk vraagt zorg en aandacht. 

Door nieuwe technieken en digitalisering gaat dat tegenwoordig een stuk sneller dan vroeger. Een kleine opgraving kan nu in een paar dagen en een grote opgraving kost doorgaans niet meer dan een paar weken.”

Kun je een voorbeeld geven van een opgraving in Haarlem?

“In 2012 werden op de Botermarkt ondergrondse afvalcontainers geplaatst. Vooraf aan de plaatsing is archeologisch onderzoek uitgevoerd en is een deel van een oude begraafplaats van het middeleeuwse Ganggolf Gasthuis gevonden. Dit gasthuis stond aan de Botermarkt tot het werd vernield tijdens de grote stadsbrand in 1576. 

We vonden ook veel skeletten. Onderzoek naar de skeletten heeft uitgewezen dat een aantal personen in de 15e eeuw mogelijk uit het oosten en zuiden van Nederland en zelfs Europa kwam. Dit kan onder andere in verband worden gebracht met de destijds groeiende economie van Haarlem, zoals bij de linnennijverheid.”

Wist je eigenlijk al vroeg dat je iets met archeologie zou gaan doen?

“Mijn vader is altijd al gek op geschiedenis geweest, dus die tik heb ik als kind meegekregen. Niet zo gek dus dat ik al op mijn zesde bezig was met archeologie. Als ergens slootjes werden gedregd, ging ik daar in de modder op zoek. Zo vond ik mijn eerste objecten, veelal gebroken pijpenkopjes en koeientanden… 

Ik deed mijn vondsten in een speciaal koffertje en noteerde alles keurig in een schriftje. Ik beschreef wat ik in de grond had gevonden en wat ik er aan informatie over had gevonden in de bibliotheek.”

Foto: Linda Llambias
En had je toen al eens gehoord van de Stadsarcheoloog van Haarlem?

“Toen ik een jaar of twaalf was ging ik voor het eerst op spreekuur bij de Stadsarcheoloog van Haarlem, Maarten Poldermans. Ik kon toen nog niet weten dat ik twintig jaar later in zijn voetsporen zou treden… 

Dat spreekuur hebben we trouwens nog steeds. Iedere eerste woensdag van de maand is iedereen welkom voor informatie, over ons werk, maar ook over Haarlemse vondsten. Het is dan een beetje zoals Tussen Kunst & Kitsch. Er komen vooral ouders met kinderen langs. Net zoals bij mij destijds vallen die vondsten meestal in de categorie pijpenkopjes, maar het is ontzettend leuk om op deze manier mensen bij ons werk te betrekken!”

Ben je direct na de middelbare school archeologie gaan studeren?

“Ik was gek op het vak geschiedenis op school, de geschiedenisboeken van mijn vader en de museumbezoeken met ons gezin, dus wilde ik in eerste instantie geschiedenis studeren. Maar op het Gymnasium kwam ik in aanraking met de oude Grieken en Romeinen. In de studieboeken zag ik plaatjes van klassieke opgravingen en werd ik helemaal enthousiast over archeologie. 

Achteraf ben ik blij dat ik die keuze heb gemaakt. Archeologie is, naar mijn mening, net even uitgebreider dan geschiedenis, waarbij je voornamelijk geschreven bronnen behandeld. De informatie komt vaak uit officiële stukken, zoals aktes, testamenten en inboedels, voornamelijk afkomstig van welgestelde mensen. En vooral die elite schreef, over zichzelf en soms over anderen. En vaak met een bepaalde bril op. 

Maar er is meer dan dat. Ik wilde juist ook de gewone man ontdekken, mensen zoals jij en ik. En dan ben je bij de archeologie aan het goede adres! Archeologen graven in het dagelijks leven van zowel de elite als de gewone man. En daarbij graven we vaak door eeuwenoud afval en resten van bewoning die in de grond zijn achtergebleven. Wat zegt dat afval over het leven van toen? Over de stad? Over al die mensen die ons voorgingen? Ik vind het fascinerend om dat op die manier uit te zoeken!” 

Waar heb je archeologie gestudeerd?

“Na het Gymnasium in Haarlem ging ik studeren in Leiden. Het was een brede studie met veel verschillende vakken, ik vond dat erg interessant. Na twee jaar koos ik voor de klassieke archeologie: de Romeinen en de Oude Grieken. Daarna volgde ik als tweede studie Provinciaal-Romeinse Archeologie, over de IJzertijd en Romeinse tijd in Noordwest-Europa. 

Van de vier jaar studie heb ik, op advies van mijn docenten, zes jaar gemaakt om meer ervaring op te doen. Ik was een keurige student en ondertussen werkte ik al een tijdje in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Daar was ik een poosje de assistent van de conservator en mocht ik mijn eerste tentoonstelling maken. Dat was midden jaren 90. Het balletje begon te rollen…”

Maar je bent pas in 2008 Stadsarcheoloog geworden. Wat heb je daarvoor nog allemaal gedaan?

“Tijdens en na mijn studie heb ik altijd meegedaan aan allerlei opgravingen om ervaring op te doen. Van Pompeï in Italië tot aan Thessalië in Griekenland: ik was erbij! Veel opgravingen deed ik tijdens mijn studie, daarna ook gratis of voor weinig. 

Op een gegeven moment wilde ik meer vastigheid, maar dat was op dat moment nog niet gemakkelijk te vinden in de archeologie. Naast dat ik actief bleef binnen de archeologiewereld, heb ik daarom veel verschillende banen gehad. Hierdoor groeide mijn netwerk en bleef ik ondertussen archeologische klussen doen om connectie te houden met het vak.

Het harde werken loonde: uiteindelijk kwam ik in verschillende archeologische functies terecht, zoals bij de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek, Rijkswaterstaat en ProRail. Grote miljoenenprojecten waar ik als projectleider zelf niet meer hoefde te graven, maar bedrijven moest inhuren om dat te doen en daar regie over te voeren. 

Vanuit een baan als archeoloog bij de provincie Utrecht kreeg ik op een dag een belletje van Maarten Poldermans, de Stadsarcheoloog van Haarlem. Uiteindelijk heb ik hem in 2008 opgevolgd. Ik kon eindelijk werken in mijn eigen mooie stad!” 

Foto: Linda Llambias
Wat vind je zo mooi aan je werk als Stadsarcheoloog?

“Uiteraard de combinatie van archeologie en Haarlem. Daarbij ben ik er met mijn werk echt voor de stad en de Haarlemmers. Het archeologisch erfgoed waar wij zorg voor dragen is tenslotte van iedereen. Daarom vinden we het ook belangrijk dat we de inwoners zoveel mogelijk betrekken bij ons werk en bij de vondsten die we doen. We werken graag met de inwoners samen, want er zijn ontzettend veel Haarlemmers die veel van de stad en de regio weten en hobby-archeologen, jong en oud, die ons graag willen helpen. Dat is fijn, want er is ontzettend veel te doen, niet alleen bij nieuwe opgravingen, maar ook bij onderzoek naar opgravingen die eerder gedaan zijn. Veel daarvan moet nog worden uitgezocht.”

Waarom wordt er zoveel gevonden in Haarlem? 

“Haarlem is eeuwenoud én compact. Door eeuwenlang intensieve bewoning hebben we een rijk bodemarchief en daarom is het vaak raak. Dan zou je denken dat we altijd alles opgraven, maar dat is niet zo. Soms zijn de archeologische resten niet waardevol genoeg, bijvoorbeeld omdat ze in slechte staat zijn. Dan mogen ze ongezien verloren gaan. Als ze wél waardevol zijn, willen we ze zo goed mogelijk behouden in de grond. Daar zijn allerlei technieken voor. 

Pas als het maatschappelijke en/of economische belang van een (bouw)plan zwaarder weegt en behoud ter plekke niet mogelijk is, moet de archeologie er netjes uit. Een zorgvuldige en maatschappelijk verantwoorde afweging maken over archeologisch erfgoed bij ieder (bouw)plan is in een stad als Haarlem een hele klus. Want er gebeurt hier veel en de stad is rijk aan archeologie. En we beheren en behouden natuurlijk ook nog alle vondsten en gegevens!”

Dat klinkt alsof je genoeg te doen hebt. En dan ben je ook nog eens museumdirecteur!

“Ja, dat klopt. Als Stadsarcheoloog ben ik ook museumdirecteur van het Archeologisch Museum Haarlem. Dat is museum is best bijzonder, want Haarlem is de eerste gemeente geweest die een gemeentelijk museum heeft opgezet voor zijn eigen stadsarcheologie. Dat was in 1991. De bedoeling van het museum is dat onze stadsarcheologie op een laagdrempelige manier voor de inwoners en bezoekers van Haarlem zichtbaar is. 

Het is eigenlijk een raar soort museum, het heeft namelijk geen eigen collectie, het is eerder de vitrinekast van ons archeologisch depot. Die collectie wordt niet beheerd door afstoten en aankopen van objecten, dat is voor archeologische vondsten verboden. Die mogen namelijk alleen uit de bodem komen door wettelijk toegestane opgravingen. 

De collectie van het depot groeit met iedere opgraving en alles moet behouden blijven. Dat is best een uitdaging. Het museum heeft een bescheiden plek, in de eeuwenoude kelders van de Vleeshal aan de Grote Markt. Ondanks het bescheiden, maar zeer toepasselijke, onderkomen, is het een fantastisch middel om onze gevonden verhalen te vertellen.”

Als ik je zo hoor vertellen, lijkt het erop dat jij nog lang niet klaar bent met je werk…

“Ik ben alweer een tijdje Stadsarcheoloog, maar het verveelt nooit. Ik hou ervan om verhalen over het verleden te ontdekken, als een spin in het web mijn werk te doen in de stad en verbindingen te leggen tussen verschillende erfgoed- en culturele instellingen en de inwoners van Haarlem. Zolang ik positieve energie vanuit de stad krijgt, hou ik het wel tot mijn 70ste vol… En wat ook helpt: ik ben verknocht aan Haarlem. Ik ben er nog nooit echt weggeweest en zal er vast ook nooit weggaan!” 

Voor meer informatie over archeologie in Haarlem zie www.haarlem.nl/archeologie en www.archeologischmuseumhaarlem.nl.

Tekst: Joost Dobbe

Related Posts

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

« »